Sport en strafrecht – Voetbal is oorlog

Geplaatst: 2 oktober 2019

Tijdens de voetbalwedstrijd in een fictieve kelderklasse van de KNVB tussen het 3e elftal van de Rôner Boys en het 5e elftal van Sandebuuren, liepen de gemoederen in en buiten het veld hoog op. Bij een stand van 0-0 en in de laatste minuut, brak de spits van de Rôner Boys door. In een ultieme poging om deze spits de bal te ontfutselen, tackelde de laatste man van Sandebuuren, de spits van de Rôner Boys. Gevolg: rood voor de laatste man van Sandebuuren en een dubbele beenbreuk voor de spits van de Rôner Boys. De in allerijl toegesnelde politie moest alle zeilen bijzetten om de gemoederen in en buiten het veld tot bedaren te krijgen. De volgende dag deed de spits aangifte van zware mishandeling tegen de laatste man.

Deze casus werpt de vraag op wanneer de strafrechtelijke grenzen in sport- en spelsituaties worden overschreden. Het antwoord op deze vraag is ingewikkeld. Deelname aan sport- en spelsituaties brengt nu eenmaal risico’s op blessures (ook door toedoen van anderen) met zich mee en niet elke blessure ontstaan door toedoen van een ander in sport- en spelsituaties, leidt tot strafrechtelijke aansprakelijkheid.

De hierboven genoemde spelsituatie deed zich min of meer voor in een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 juli 2017. Het gerechtshof overwoog: “Naar het oordeel van het hof was de kans dat [de benadeelde partij] door de actie van de verdachte geraakt zou worden, ten val zou komen en dat daardoor pijn of letsel aan [de benadeelde partij] toegebracht zou worden wèl aanmerkelijk. Bij het maken van een sliding tackle neemt de speler bewust het risico dat hij zijn tegenstander raakt en/of ten val brengt. Voorts is voor een sliding tackle altijd ruimte nodig; als een sliding tackle van te dichtbij wordt ingezet valt de aangevallen speler vrijwel zeker over het (uitgestoken) been van zijn tegenstander. Het is een feit van algemene bekendheid dat het aantal blessures ten gevolge van acties die sliding tackles worden genoemd groot is. Het hof gaat ervan uit, dat het – gelijk de verdachte heeft verklaard – de bedoeling van de verdachte was balbezit te krijgen. Door dit op voornoemde wijze te doen, heeft hij zich niet alleen willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat aangever pijn of letsel zou oplopen ten gevolge van de sliding tackle, maar heeft hij die kans ten tijde van de gedraging bewust aanvaard (op de koop toe genomen)”

Waar het om gaat is: willens en weten een ander blootstellen aan de aanmerkelijke kans op het oplopen van pijn of letsel en deze kans bewust aanvaarden. Met deze redenering komt het Gerechtshof tot een bewezenverklaring van mishandeling. Deze uitspraak is getoetst door de Hoge Raad en deze uitspraak is door de Hoge Raad in stand gelaten. Met de tackle wordt de tegenstander door de tackelende speler blootgesteld aan een aanmerkelijke kans op pijn of letsel  en wordt deze kans door de tackelende speler op de koop toegenomen. Uit de jurisprudentie (die op dit onderwerp is terug te vinden) volgt ook dat de mate waarin een speler de spelregels schendt en de mate waarin die speler de ander letsel toebrengt, medebepalend kan zijn voor het antwoord op de vraag of sprake is van mishandeling.

De gedachte dat je deelneemt aan een sport (met risico’s van dien) pleit je niet op voorhand vrij van strafrechtelijke aansprakelijkheid ter zake gedragingen die zijn verricht in sport- en spelsituaties. Het hangt sterk van de situatie van het geval af, of sprake is van strafrechtelijke aansprakelijkheid.

Voorzichtigheid (zoals zo vaak) is het devies

« Ouder nieuws: